Wat geef je, en wanneer? Zo help je de fogels het hele jaar door.
Zodra het kouder wordt, zoeken fogels een voedselrijke plek voor de winter. Voer je nu al pinda's en vetbollen, dan heb je stamgasten.
Fogels houden hun temperatuur op zo'n 40 graden, en dat kost energie. Vetbollen en pinda's helpen. Water mag ook, maar alleen als het niet hard vriest.
Tijd voor nestjes. Fogels hebben dan eiwit en kalk nodig: speciaal voer, meelwormen of fijngestampte eierschalen.
Fogels ruien en eten vooral insecten. Planten waar insecten op afkomen helpen, net als meelwormen. En vers water om in te badderen.
In de meeste Nederlandse tuinen zie je koolmezen, pimpelmezen, huismussen, roodborstjes, merels en vinken. Mezen en mussen zijn dol op zonnebloempitten en pinda’s. Roodborstjes en merels eten liever meelwormen, rozijnen en zacht voer, het liefst op een plankje of laag bij de grond.
Zelf aan de slag? Maak in een middag vogelvoer zonder vet, met vormpjes om in je Fogelhuis te hangen. Een vaste, overdekte plek om te eten lees je bij het vogelvoederhuisje.